Daad bij woord

ιχθυς

De vis, getrokken door mijn hand

en èven vrij nog van de golven,

zal straks gewist zijn van het strand

en door de grote vloed bedolven.

Maar in het water dat hem nam

zwent levende het Monogram.

Geheime trek van tij en maan:

Hij zal op alle kusten staan.

– Ida Gerhardt

Anderhalf uur in de trein en de laatste kilometers op de fiets om te doen waarover Ida Gerhardt dicht. De ‘geheime trek’ is me gunstig gezind, ik stap af bij opkomend tij en kan aan het einde van de pier eerst op het bankje bij het windorgel de meegebrachte peer en noten nuttigen voordat ik over de gerimpelde ‘olifantenhuid’ die de dijkwand bedekt omlaag klauter, mijn potlood pak en in het natte zand Gerhardt’s vorm teken.

Ik moet mijn camera nog pakken als de eerste golf er al overheen slaat, ik trek de vis opnieuw en maak er een foto van. Ga dan op een basaltblok zitten en kijk hoe het gulzige water steeds verder oprukt.

Boven me zingt en gonst het windorgel.

Als het water het laatste hoekje strand bereikt klim ik weer naar boven.

Missie volbracht.

◊◊◊

Ida Gerhardt, ‘Ichthvs’. In Het levend Monogram, 1955.

De met christelijke symboliek beladen vis is een van de onderwerpen die Willem Jan Otten noemt in Wie zeggen de mensen dat ik ben (2023): een bonte verzameling manieren waarop volgens Otten de Christusfiguur zich in de kunsten van de afgelopen honderd jaar aan ons mensen toont: in films, in dichtkunst, romans en toneelwerk, in muziek. Hij herkent er wereldbeelden in die minder seculier zijn dan je op het eerste gezicht zou denken.

Prenten: Het Nollehoofd, 2026. Foto’s © Gertrudsdottir.