Calvarie

In het voorjaar ben ik weer in het deel van de Hautes-de-France dat ‘Entre deux Caps’ heet. Het is de eerste keer dat ik er alleen ben, en de eerste keer te voet, de kust langs richting Belgische grens, een route die ik in mijn jonge jaren op de pedalen en naderhand diverse keren als ingeblikt passagier heb afgelegd. Ook toen zag ik ze, de calvaires die er vlak buiten de dorpen en gehuchten langs de kant van de weg staan, maar met het trage tempo van de voetganger kan ik ze voor het eerst op mijn gemak bekijken. Kruisbeelden, sommige met gekruisigde Mensenzoon, sommige zonder; soms met Bijbelcitaat, soms zonder; het ene kruis van onopgesmukt hout, het andere voorzien van krullen of een laag verf. Maar elk kruis, hoe het ook is uitgevoerd, maant de passant tot devotie.

Later, allang weer thuis, besef ik dat ik er geen een heb gefotografeerd.

Er is er één die ik me haarscherp voor de geest kan halen, een gekruisigde Jezus pal naast de doorgaande weg, met op de bolle stenen verhoging (‘Calvarieberg’) aan zijn voeten in mozaïek de woorden ‘Je suis le Chemin, la Vérité et la Vie’. Ik ben ervan overtuigd dat ik hem op Google Maps zo kan aanwijzen, maar als ik de D940 nareis in Streetview, van Boulogne naar Escalles en terug, laat hij zich niet zien.

Op de plek waar ik ‘mijn’ kruisbeeld had verwacht, aan de rotonde van Audinghen, staat op Streetview een andere calvaire die ik me totaal niet herinner, met achter de rug van de gekruisigde een langwerpig open gebouw van steen en hout. De datum op Streetview komt overeen met die van mijn voetreis, mei 2018. En op de voorwand rechts staat in uitbundige kapitalen een manshoge tekst die ik niet zo een twee drie kan thuisbrengen. 

EN MOI RÉSIDE LA GRÂCE QUI EST ROUTE ET VÉRITÉ

Bij de meeste calvaires-met-tekst zijn de begeleidende woorden van Jezus, negen van de tien keer luiden die: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’. Maar ik ken mijn Nieuwe Testament, dit is Jezus van Nazaret niet. Wie is het dan wel? 

De ene zoektocht is nog niet afgerond of er begint al een nieuwe, dit keer naar de herkomst van het door Streetview bij wijze van troost geoffreerde bonuscitaat. Zoekopdrachten in het Nederlands leveren niets op, maar als ik in het Frans zoek stuurt mijn browser me naar Le livre de Ben Sira le Sage, hier te lande Jezus van Sirach genoemd. Hoofdstuk 24 van deze zogeheten Siracide bestaat uit een lofrede van de Wijsheid op zichzelf en daarin is vers 25a het gezochte citaat, dat ik zo zou vertalen: ‘In mij huist de genade die weg en waarheid is’. 

Er is dus toch een Jezus aan het woord in Audinghen, al is het dan Sirach en niet de Mensenzoon. 

Gewapend met hoofdstuknummer en versregel sla ik er mijn Nederlandse bijbelvertalingen op na. De NBV. De Willibrordvertaling. De Statenvertaling. Sirach staat erin, versregel 24:25a niet. Al die vertalingen slaan hem over.

Tot mijn blijde verrassing heeft de plaatselijke bibliotheek een Latijnse Bijbel in de kast staan: Biblia Sacra juxta Vulgatam Clementinam enz. enz., uit het jaar onzes Heren MCMLXV. 1255 p. in 2-kolommendruk. Applaus voor de zetter, is altijd mijn eerste gedachte bij boeken van voor het fotografisch reproductietijdperk. En zie, net over de helft, op p. 655 staat daar vers 25a:

IN ME GRATIA OMNIS VIAE ET VERITATIS

Anno 1965 stond de regel dus gewoon in de Vulgata, de Latijnse brontekst van de Bijbel. De bijbels die ik heb ingekeken, hebben zich wellicht op de Septuaginta gebaseerd, de Griekse brontekst van het OT waaraan maar liefst 70 vertalers zouden hebben meegewerkt. Grieks kan ik niet lezen, dus daar loopt mijn toch al niet erg wetenschappelijk bronnenonderzoekje vast. Mijn voorlopige conclusie: wie weet zat er bij die zeventig eentje die de lof die Sirach de Wijsheid zichzelf laat toezwaaien, onbetamelijk vond. En weg ermee. 

Toch moet het vers ooit in een Nederlandse Bijbel hebben gestaan. En zie: weken later vind ik, op zoek naar iets anders, in de LocHal (Tilburg), een Keulse Bijbel uit de 15e eeuw. In fascimile, hè. Een enorm boekwerk is het, Die Kölner Bibel 1478/1479, bijgenaamd de Plaatjesbijbel, hoewel er niet eens zoveel plaatjes in staan. Wel grote lappen handgeschreven tekst: het Oude Testament, alle deuterocanonieken, ook Sirach, en het Nieuwe Testament, en dat alles in de taal van Keulen anno tweede helft vijftiende eeuw – Middelnederduits of Middelnederwestduits of Nedersaksisch.

Na enig geblader vind ik hoofdstuk 24 van Sirach. De kopiist (ook hij krijgt mijn applaus) heeft eventuele herkenningspunten goed verstopt, er is alleen lopende tekst. Geen interpunctie, geen versvorm – hij heeft alle kolommen van boven tot onder volgepend. Maar ik vind ’m toch wel, regel 25a. Neergeschreven in een taal die met wat fantasie best voor Nederlands kan doorgaan.

IN MY IS GRACIE ALLER WEGE ENDE ALLER WARHEYT

Daar is het dan, het Nederlandse citaat dat ik zo graag zwart op wit wilde zien.

De vraag waarom de Sirach in andere Bijbels een gekuiste Sirach is, blijft onbeantwoord. Net als de vraag wat er met de Noord-Franse calvarie is gebeurd die ik al zo lang als niet-gemaakte foto in mijn hoofd heb zitten. Komt tijd komt raad – voor nu ben ik blij met mijn troostcalvarie, inclusief bonus-citaat.

◊◊◊

Prenten: Hautes-de-France, printscreens Google Maps d.d. 01-01-2023.
Pagina’s uit de Vulgata en de Keulse Bijbel, 2023. Foto’s © Gertrudsdottir.