
In 2011 regisseerde Chantal Akerman de film La folie d’Almayer, vrij naar Almayer’s Folly van Joseph Conrad uit 1895, een roman over de teloorgang van de Nederlander Kasper Almayer, die in Borneo fortuin denkt te maken maar gedoemd is te mislukken. Zonder de figuur Almayer te verwaarlozen gunt Akerman de focus aan zijn dochter Nina, kind van een witte Europeaan en een Aziatische vrouw.
Voor de kijker die het boek kent biedt de proloog van de film hoegenaamd geen houvast. Het is een zes minuten durende scène die zich afspeelt op een avond in een uitgaansbuurt ergens in Zuid-Oost Azië. Er treedt een charmezanger op, met achter zich op het podium een rij danseressen in minirok en glittertopje die meebewegen op de beat. De zanger playbackt een nummer van Dean Martin, ‘Sway’, als er een strak kijkende Aziatische man die eerder al in het publiek te zien was achter de zanger opduikt en hem neersteekt. De meisjes vluchten in paniek het podium af, op één na: de opvallend lange jonge vrouw die schuin achter de zanger stond. Ze lijkt in trance, haar handen blijven de dansbewegingen nog een paar keer maken, de camera zoomt in op haar gezicht. Buiten beeld klinkt een verstikte stem: Nina, Nina. Het zou de stervende zanger aan haar voeten kunnen zijn. Maar ze kijkt niet omlaag, ze kijkt recht in de camera en zingt het Ave Verum Corpus, haperend eerst maar gaandeweg vol zelfvertrouwen, waarna ze ons nog een lange halve minuut blijft aankijken.
In de volgende scène begint de film nogmaals, nu bij Conrads begin. Een voor een zie ik de protagonisten uit de proloog het verhaal in komen: de moordenaar, de danseres, de playbackende zanger. Ik kan ze nu ook plaatsen, ook al is de setting hedendaags en postkoloniaal, en is de plaats van handeling niet Borneo maar Maleisië (en in Cambodja gefilmd).
De epiloog is een indrukwekkend trage scène, dit keer met de gedoemde Almayer zelf in de hoofdrol.
Pas terwijl ik naar die laatste beelden kijk begrijp ik dat de raadselachtige proloog een naar voren gehaalde epiloog is die in de chronologie van het verhaal parallel loopt aan deze scène – terwijl Conrad zich concentreert op het einde van Kasper Almayer, doet Akerman daarnaast een voorstel voor een einde dat op Nina betrekking heeft. Voor de vader valt het doek, voor de dochter gloort toch iets van hoop. Op een breed scherm zou je beide slotakkoorden tegelijk kunnen laten zien, maar Chantal Akerman toont dat het hoopvolle slotakkoord ook letterlijk een begin is.
◊◊◊
Chantal Akerman, La folie d’Almayer. 2011.
Nina, een rol van Marion Aurora, zingt het Ave Verum Corpus in de toonzetting van Mozart (KWV 618), ze laat de drie slotregels weg. De hierboven beschreven proloog staat op YouTube, de zang begint in de vijfde minuut.
Almayer’s Folly, A Story of an Eastern River, is Joseph Conrads eerste roman. De Nederlandse uitgave, in de vertaling van M. Otten, heet Almayers luchtkasteel.
Prent: Vlieland, 2018. Foto © Gertrudsdottir.