Schitterend besproken

De Noor Jon Fosse schrijft dikke boeken die ik geen van alle heb gelezen. Als kersvers Nobelprijswinnaar scheidt hij in 2023 een slank boekje af dat in het Nederlands de titel Een schitterend wit meekrijgt. 72 bedrukte pagina’s, gezet met een royale interlinie: een korte novelle waarin een naamloos personage op een winterse dag in zijn auto stapt, in de eeuwig zingende bossen verdwaalt, uitstapt en letterlijk zijn einde tegemoet gaat. Benieuwd begon ik de gedachtestroom van deze man te lezen, maar net na de helft ben ik gestopt.

Maanden later attendeert de nieuwsbrief van platform De Reactor mij op ‘Dante revisited’, een bespreking van Fosses novelle. De recensent, Guido Vanheeswijck, laat zich voor zijn titel en openingswoorden inspireren door een collega-bespreker die in Fosses Nobelprijswaardig bevonden romanreeks Septologie parallellen ontwaart met de Divina Commedia van Dante. Verderop legt Vanheeswijck verband met Meister Eckhart; er komen thema’s langs als godsbeleving, mystiek en onthechting.

Bij mystiek, eenzaamheid en verdwaald zijn in het allegorische donker denk ik vanzelf aan Johannes van het Kruis, die in zijn korte gedicht De donkere nacht lyrisch spreekt over de eenzame ziel die vanuit het diepste donker opgaat in de verblindende schittering Gods. Hoe anders gaat het er bij Fosse aan toe. Waar Johannes lijkt te bevatten wat zijn ziel overkomt, en dat uit het diepst van zijn hart aanmoedigt en toejuicht, weet Fosses man geen moment waar hij mee bezig is. Hij verveelt zich, stapt in de auto en rijdt weg, een doelloze rit die duurt tot hij zich klemvast heeft gereden op een bospad waar hij niet kan keren. Het kan zijn lamlendigheid niet verdrijven. Hij voelt zich leeg; en de verlatenheid van het bos, de sneeuwval en het vroege donker plaatsen hem als het ware in een universum dat net zo leeg lijkt te zijn als hij.

In theorie waardeer ik de allegorie, in de praktijk krijg ik er eerlijk gezegd snel genoeg van. Fosses man gaat gewoon door, stug, gelaten. Te midden van alle leegte – in hem, rondom hem – produceert hij een onophoudelijke stroom woorden. Een interieure monoloog. Hij valt vaak in herhaling. Heel vaak. Ik zet nog even door, en zie: in de leegte ontmoet hij een gedaante die zegt: Ik ben die ik ben. Hier staat iets wezenlijks te gebeuren, in het Oude Testament staan deze woorden geboekstaafd als komende van God zelf – maar onze man laat het gelaten langs zich af glijden. Twee, drie pagina’s verderop staan er twee oudjes op hem te wachten. Ach, het zijn z’n ouders. Verveeld leg ik het boekje weg.

Blijkbaar ben ik niet klaar voor Fosses stream of consciousness-benadering van het mystieke Licht. Zoals ik ook nog niet klaar ben voor Meister Eckhart, en hem dus niet uitgelezen krijg, blijf steken in de woorden op de pagina, er niets van meekrijg, in slaap sukkel. Net als de apostelen in de Hof van Olijven, toen hun gevraagd was met Jezus mee te bidden. 

En nu de recensie op De Reactor mij heeft wakker geschud en ik de novelle alsnog van kaft tot kaft heb gelezen, loop ik nog steeds niet warm voor Een schitterend wit. Maar ‘Dante revisited’ is zonder meer een schitterende recensie.

◊◊◊

Jon Fosse, Een schitterend wit. 2023. Vert. M. Molenaar.

Guido Vanheeswijck, ‘Dante revisited’. De Reactor, april 2024.
Zoals gezegd, een schitterende recensie. Met als klap op de vuurpijl een veeg uit de pan aan het adres van het seculiere fundamentalisme.

De Reactor, Vlaams-Nederlands platform voor literatuurkritiek. Online.

Johannes van het Kruis, De donkere nacht van de ziel. Johannes, ofwel Juan de la Cruz, is een Spaanse karmeliet, mysticus en kerkleraar uit de 16e eeuw.

Mijn pogingen om Meister Eckhart te lezen worden besproken in een aantal eerdere posts.

Prent: Vlieland, 2018. Foto © Gertrudsdottir.