
De film L’invitée (1969) heet in het Engels The Uninvited. Beide titels zijn van toepassing, het ligt er maar aan met welk personage je meekijkt.
Het verhaal speelt zich na de openingsscènes vooral af in een Peugeot 504 berline met zo’n versnellingspook waarmee je onderhands schakelt. Een man en een vrouw rijden in een steeds winterser wordende setting van Parijs naar de Midi, en bezoeken (in een wat onlogische volgorde) een nieuwbouwwijk in Besançon, de kapel van Le Corbusier in de Vogezen en een steengroeve in de Provence.
Achter het stuur zit Michel Piccoli, en dat bepaalt voor 99,9% de sfeer van de film: Piccoli is iemand die ongeacht zijn rol altijd zichzelf speelt. In het scenario van L’invitée is hij een architect (vandaar de bouwkundige uitstapjes en het eigenaardig kritische commentaar op Le Corbusiers kapel) die vlak voor aanvang van zijn rit dwars door Frankrijk op de sofa van zijn Parijse werkkamer een jonge vrouw (Joanne Shimkus) aantreft met op het tafeltje naast haar een bijna lege pillenstrip. In de openingsscènes, die zich bij de jonge vrouw thuis afspeelden, was hij er niet bij, hij kent dus de toedracht niet, maar als ze zegt dat ze ook naar de Midi wil nodigt hij haar uit om met hem mee te rijden.
De ‘roadtrip’ die dan van start gaat is er een met horten en stoten – de architect en de jonge vrouw zijn geen van beiden praters, het weer wordt bar en boos, bij een tankstop is Piccoli zijn passagier een poosje kwijt, en laat op de avond rijdt hij zich in het aardedonker op een smalle bergweg klem in de opgehoopte sneeuw in de berm. Ze moeten te voet verder en belanden in een dorpje waar ze bij de warme bakker de sneeuwruimploeg afwachten die de Peugeot moet bevrijden. Piccoli wil verder, maar de jonge vrouw is eindelijk een beetje op haar gemak en helpt de bakker met bruidstaarten versieren. Uiteindelijk brengt het stel er de rest van de nacht door, in door de bakker zorgzaam opgemaakte bedden. Een wilde nacht wordt het niet, de intimiteit die tussen het tweetal begint te groeien is van een fragiliteit die weinig toenadering kan verdragen. Zelfs voor vriendschappelijkheid is ze te teer, het regent momenten van ongemak, confidenties blijven uit en neutrale gesprekken lijden schipbreuk.
In de steengroeve probeert Piccoli zijn passagier te lozen bij een bevriende beeldhouwer maar ze blijft hem tot aan haar bestemming vergezellen, en zelfs daarna nog. In het huis van de architect komt het dan alsnog tot tederheden, op het aller-allerlaatste moment dat daar nog gelegenheid voor is. Enkele tellen later wordt Piccoli’s jonge ‘invitée’ de ‘uninvited’ van zijn verbijsterde echtgenote: de situatie waaruit de jonge vrouw aan het begin van de film wegvluchtte herhaalt zich, dit keer met beide vrouwen in de rol van slachtoffer.
En Piccoli? Die staat erbij wanneer zijn vrouw een maaltijd bereidt en het logeerbed opmaakt, net zoals de jonge vrouw nog maar een paar dagen eerder in haar eigen huis een maaltijd bereidde en het logeerbed opmaakte voor een andere jonge vrouw, de (on)genode gast van haar man.
◊◊◊
L’invitée / L’invitata is een speelfilm van Vittorio De Seta uit 1969, met een scenario dat losjes is gebaseerd op de gelijknamige debuutroman van Simone de Beauvoir uit 1943. Onlangs uitgezonden op TV5 Monde – een van de weinige plekken waar zulke films nog af en toe te zien zijn.
Kort na het draaien van deze film schittert Piccoli alweer in Les choses de la vie (Claude Sautet, 1970), een drama waarin niet alleen Piccoli maar ook zijn tegenspeelster Romy Schneider nauwelijks lijkt te acteren. De soundtrack duikt nog regelmatig op in mijn hoofd. Lees hier verder.
Een derde niet-te-missen Piccoli-film is Milou en mai, een luchtige blik op de roerige meimaand van het jaar 1968. Daarover een volgende keer meer.
Prent: Voorruit, 1981. Foto © Gertrudsdottir.