Protest

Ten tweede, waarde vriend, moet je weten dat het helemaal niet uitmaakt dat je met weinigen tegen velen vecht. Want als je eenmaal weet dat het om een rechtvaardige zaak gaat, dan moet je ervoor vechten. … Ik kan niet met mijn handen in mijn schoot gaan zitten en zeggen: dat zijn weliswaar varkens, maar wat heb ik ermee te maken?

Hans Fallada

Demonstreren in vredestijd: tegen racisme en fascisme, tegen het kabinetsbeleid inzake Israël – het zijn de onderwerpen waar ik de laatste tijd de straat voor op ben gegaan. En ik niet alleen: protesten waar ik aan mee doe zijn massale gebeurtenissen.

Het is fijn dat er, zoals bij de Rode Lijn-demonstraties in Amsterdam en Den Haag, steeds meer mensen op komen dagen. Met een rode dresscode is het extra eenvoudig om je mededemonstranten al in het OV te herkennen en als het aantal deelnemers boven de 100.000 komt, neemt de hoeveelheid bekenden toe. Iedereen loopt samen, solidair. De sfeer is vriendschappelijk, vredig, veilig. Mensen maken foto’s van andere mensen in opvallende uitdossingen en van de teksten op hun borden. Ze klimmen op een verhoginkje om een foto te maken die een idee geeft van de massaliteit. We worden ingehaald door golven geluid die over onze hoofden heen naar voren spoelen: applaus, leuzen, kreten – al zou een zwijgende stoet wellicht meer indruk maken. Na afloop is het dringen op de perrons en in de treinen naar huis, maar de stemming blijft aangenaam. Demonstreren in vredestijd is eigenlijk best gezellig.

Of het effect heeft is een tweede. De media berichten erover, de politiek reageert vrijblijvend. Van een werkelijke koerswijziging van het (demissionaire) kabinet is geen sprake, niet eens van een debat. Als demonstrant heb je je hart gelucht te midden van gelijkgestemden – meer niet.

Hans Fallada laat in Jeder stirbt für sich allein zien hoe anders het toegaat als je het als gewone burger in oorlogstijd oneens bent met de heersende macht. Hij baseert zich op een waargebeurd individueel protest in het hart van het Dritte Reich: een echtpaar, beiden vijftigers, besluit anoniem kritiek te geven op Hitler en de Nazipartij door kritische briefkaarten te schrijven die ze achterlaten in trappenhuizen waar veel mensen komen. Ze hopen op een soort sneeuwbaleffect: dat mensen die de kaarten lezen gaan meedoen aan hun anonieme protest en dat er zo een tegenbeweging ontstaat die op den duur het regime doet wankelen.

Ze keken elkaar aan, glimlachten, de een wist van de ander dat die nu aan de volgende kaart dacht of aan het resultaat dat de kaarten zouden hebben, aan het gestadig toenemende aantal van hun aanhangers, die al met spanning op de eerstvolgende tijding zaten te wachten.

Maar de mensen die de kaarten vinden gaan niet meedoen. Integendeel. Zelfs als ze het met de teksten eens zijn, jagen de kaarten hen angst aan. Ze zijn bang: bang om met het protest geassocieerd te worden, bang om verdacht te worden gevonden, bang om verklikt, opgepakt en verhoord te worden. In plaats van de kaarten onderling door te geven, leveren ze ze direct in bij de Gestapo, die de jacht op de kaartenschrijver opent.

Het kan niet anders of het loopt slecht af met het echtpaar. Maar wat op mij, demonstrerend in vredestijd, de meeste indruk maakt is hoe de kaartenschrijver duidelijk maakt dat het er niet toe doet of een protest vruchteloos is. Als zijn ondervrager getergd uitroept dat het toch belachelijk is om als gewoon arbeider de Führer aan te vallen, dat dat toch onbegrijpelijk is, zegt hij:

Nee, dat kunt u niet begrijpen! Het komt er niet op aan of er één man vecht of een leger van tienduizend. Als de ene merkt dat hij vechten moet, dan vecht hij, of hij nu medestrijders heeft of niet. Ik heb moeten vechten en ik zou het steeds weer doen. Alleen anders, heel anders!

Ik heb nog veel te leren.

◊◊◊

Hans Fallada, Jeder stirbt für sich allein. 1947. Gelezen onder de titel Alleen in Berlijn, vert. A.Th. Mooij (1949) en A. Habers (2010).

Prent: Manhattan, 1982. Foto © Gustave Petit.
Medewerker restaurant verwijdert ‘Kernwapens de wereld uit’, een protestaffiche van politiek cartoonist Opland.