
Met de trein van Nederland naar de Duits-Oostenrijkse grens. Ik reis vaak op dit traject, doorgaans op klaarlichte dag, soms plan ik een overnachting halverwege in als ik het niet in één dag haal. En af en toe reis ik ’s nachts, zonder overstappen.
Hoe vaak ik ook reis, het gevoel van avontuur als de trein begint te rijden is er altijd. Het gevoel dat zo dicht bij vrijheid komt dat het bijna vrijheid is. Op reis zie ik het als mijn taak om dat gevoel zo lang mogelijk vast te houden, op de heenweg lukt dat beter dan op de terugweg.
In de ÖBB Nightjet is reserveren verplicht, maar je verschansen in een couchette hoeft niet. Ik breng de nacht zittend door, zelfverkozen ongemak in een coupé voor zes. In het gezelschap van onbekenden, eerst drie dan vijf.
Een moeder met jonge zoontjes installeert zich bij het raam. De kinderen zijn te moe om nog lang opgewonden te zijn. De moeder taxeert ons even voordat ze met haar jongens de gang op gaat, op zoek naar een werkende wc. In een wolk van tandpastageuren komen ze terug, al hun bezittingen onaangeroerd. De Sikh die met hen van plaats ruilde is klaar met telefoneren en eet iets uit een glazen potje.
Het coupélicht gaat uit, vanaf 22 u heerst nachtstilte: om de slapers niet te storen worden stations niet omgeroepen. Soms jammert het jongste kind. De man in het midden is langer dan de coupé, de tulband blijft op. Eerst begint het gesnurk, kort daarna komen de windjes. Ik schuif de gangdeur open. Tegenover mij een jongeman met krentenbollen en een grote fles water. De windjes scheppen een band, we vertellen elkaar treinverhalen.
Zwart landschap tussen de steden in. Voorbijflitsende lege perrons onder felle lampen. Stationsnamen schieten onleesbaar langs. Industrieterreinen waar het werk is stilgevallen, badend in het licht. Steeds minder koplampen op de wegen. De wereld in rust.
De eerste keren dat ik Duitsland doorkruiste had ik onderweg geen idee waar ik was, intussen ken ik de volgorde van de tussenstations. Huzarenstukjes van 300+ km/u zoals die van de ICE-treinen van DB op de hogesnelheids-Bahnstrecken rondom Keulen haalt de ÖBB niet uit met zijn al wat oudere treinstellen. De Nightjet heeft geen haast, blijft net zo makkelijk ergens enkele minuten extra staan. De machinist strekt de benen, een waaghals staat bibberig te roken op het verlaten perron.
In het putje van de nacht splitst onze trein zich: wij gaan richting Wenen, de andere treinhelft verdwijnt in het donker. Bij het ganglicht lees ik ‘Bericht aan de reizigers’ van Jan van Nijlen, ik ken geen gedragscode voor treinreizigers die meer ontroert. De meegebrachte Simenon blijft na enkele hoofdstukken dicht, het ganglicht knipoogt te vaak.
Toch nog onverwacht breekt de dag aan. Als bij toverslag zitten we kort voor Passau allemaal netjes overeind, de volwassenen raadplegen hun apps, de kinderen wachten braaf tot mama de telefoon vrijgeeft voor het eerste filmpje van de dag. Ik stap uit, de nachtkou is nog goed te voelen. Op het tegenover gelegen perron staat de Oostenrijkse stoptrein te wachten, nog een die geen haast heeft. Tien haltes later ben ik ter plaatse, het gevoel nog vrijwel intact.
◊◊◊
De topografie van het Duitse spoor leerde ik in detail kennen toen DB een tijdlang stuntte met het 9-euroticket: reizigers konden een hele kalendermaand op één ticket met alle regionale treinen reizen. Het gevolg was natuurlijk overvolle stoptreinen, maar wie de pieken meed kon ver komen op een dag creatief overstappen. RE-treinen rijden niet hard dus is er veel meer te zien – zoals het Rheinufer-traject tussen Koblenz en Bingen, waar de meeste intercitytreinen door tunnels langsheen razen. En de echte boemeltreinen stoppen ook op vergeten stationnetjes.

Mijn treinavonturen zijn misschien ook wel des te meer avontuur omdat ik mij overlever aan wat er gebeurt zonder mijn voortgang constant online te verifiëren. Kome wat komt, is mijn devies, en als het mis gaat, neem ik de woorden van Jan van Nijlen ter harte: “Blijf kalm en open uw valies; put uit zijn voorraad/ en ge ondervindt dat nooit een enkel uur te loor gaat.”
Lees het gedicht ‘Bericht aan de reizigers’ van Jan van Nijlen in mijn post Salle des pas perdus.
Prenten: ICE 2018 en Simbach 2021. Foto’s © Gertrudsdottir.