Salle des pas perdus

2018-78-02 Antw CS FOTO GERTRUDSDOTTIR

De eerste ontmoeting van W.G. Sebalds verteller en zijn personage Jacques Austerlitz vindt plaats in het gebouw van het Centraal Station van Antwerpen, waar zij zich, zo schrijft Sebald, naar de salle des pas perdus begeven. Daar zitten ze uren te praten.

De salle des pas perdus, letterlijk zaal der verloren schreden, is een vertrek in een openbaar gebouw, waar een mens heen en weer kan lopen zonder ergens naar toe te gaan. Een wachtkamer dus, al maakt Sebald er een restauratie van. Maar de locatie voor die eerste ontmoeting is welgekozen. Het monumentale, misschien wel kathedrale Antwerpse hoofdstation, met zijn overvloed aan marmer, boogramen en trappen, met zijn vreemde lichtinval, met zijn galmende passages, is een plek waar zulke verloren schreden blijven echoën, zonder zich op te dringen zijn zij aanwezig.

2018_6283 cs antw jvnijlen bericht aan de reizigers FOTO GERTRUDSDOTTIR

In de zijgang links van de centrale hal, in een van de nissen waar forenzen zich langs haasten en snaterende kuddes schoolkinderen aan voorbij lopen, en waar soms een reiziger stopt om even op adem te komen, is op wens van Johan Anthierens, de Vlaamse satiricus en Brel-biograaf, een gedicht te lezen dat de kern raakt van het reizen met de trein.

Bericht aan de reizigers

Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen,
dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen.

Zit rustig en geduldig naast het open raam:
gij zijt een reiziger en niemand kent uw naam.

Zoek in ’t verleden weer uw frisse kinderogen,
kijk nonchalant en scherp, droomrig en opgetogen.

Al wat ge groeien ziet op ’t zwarte voorjaarsland,
wees overtuigd: het werd alleen voor u geplant.

Laat handelsreizigers over de filmcensuur
hun woordje zeggen: God glimlacht en kiest zijn uur.

Groet minzaam de stationschefs achter hun groen hekken,
want zonder hun signaal zou nooit één trein vertrekken.

En als de trein niet voort wil, zeer ten detrimente
van uwe lust en hoop en zuurbetaalde centen,

Blijf kalm en open uw valies; put uit zijn voorraad
en ge ondervindt dat nooit een enkel uur te loor gaat.

En arriveert de trein in een vreemdsoortig oord,
waarvan ge in uw bestaan de naam nooit hebt gehoord,

Dan is het doel bereikt, dan leert gij eerst wat reizen
betekent voor de dolaards en de ware wijzen…

Wees vooral niet verbaasd dat, langs gewone bomen,
een doodgewone trein u voert naar ’t hart van Rome.

Jan van Nijlen

◊◊◊

W.G. Sebald, Austerlitz. 2001. Vert. R. van Hengel.

Jan van Nijlen, ‘Bericht aan de reizigers’, in Verzamelde gedichten. 1964.
Het gedicht is in het station beland op verzoek van wijlen Johan Anthierens, bij leven satiricus en Brel-biograaf. Nu Sebald’s ‘zaal van de verloren stappen’ er niet meer is, is de muur met Van Nijlens regels misschien wel een passende vervanging – voor hen die Sebalds roman hebben gelezen is het niet heel vergezocht om zich Austerlitz inderdaad voor de geest te halen met een valies vol dromen.

Prenten: Station Antwerpen, 2018. Foto’s © Gertrudsdottir.