Error

De Tawl, zo noemden ze hun taal, want de uitspraak van het Nederlands ging in de Nieuwe Wereld op de pijnbank.

– Philip Dröge 

Drie eeuwen lang werd in het oosten van de Verenigde Staten Nederlands gesproken – de Tawl dus. Het begon toen Nederlandse kolonisten het in de vroege 17e eeuw in Manhattan voor het zeggen kregen en je in New Jersey of New York weinig voor elkaar kreeg als je geen Nederlands sprak. Maar toen de Britten er eenmaal waren boekte het Engels snel terreinwinst. Toch bleven mensen de Tawl spreken, en pas met de dood van de laatste spreker in 1962 werd het Amerikaans Nederlands officieel een uitgestorven variant van onze taal.

Historicus Philip Dröge schreef er een onderhoudend boek over dat bekroond werd met de Taalboekenprijs 2024. Een bericht op het taalblog Nomeis attendeert me op het boek en de lokale bibliotheek heeft een ongerept exemplaar in de kast staan, ik kan meteen beginnen met lezen.

Eenmaal aan de overkant van de oceaan stapt Dröge heel Nederlands op een oranje fiets en trapt dapper van New York naar Albany, waarbij hij onderweg stadjes en dorpen aandoet op zoek naar sporen van het Amerikaans Nederlands. Zijn bevindingen schrijft hij op in een met vaart geschreven, even grappig als interessant en hier en daar zelfs spannend boek.

Sporen van het Nederlands zijn er, al zien ze er door de aangepaste spelling niet heel Nederlands meer uit. In de categorie topografie is het prijsschieten (Brooklyn, Harlem, Wall Street); topstuk voor mij is de veramerikaniseerde naam van het New Yorkse eiland waar het blijkbaar krioelde van de konijnen. De laaglandse keuken wordt geëerd middels culinaire hoogstandjes als bore cole, smear case en roche brod, en Dröge kiepert al vertellend een hele grabbelton aan overige begrippen over de lezer uit, van boss en easel tot iceberg en nog veel meer.

Tussen de anekdotes en verhalen door zegt Dröge behartenswaardige dingen over taalverandering die verder reiken dan de teloorgang van het Nederlands in Amerika.

Het zet me aan het denken over de staat van het Nederlands in eigen land, waar jong en oud een gestaag groeiende tolerantie voor het Amerikaans Engels tentoonspreiden. Over wat het allemaal precies betekent maakt niemand zich druk, het bekt gewoon lekkerder. Dat je de nuance ontgaat van wat je hoort, leest of zelf zegt – who cares?

Nou, ik. In het Amerika van toen ging het Nederlands op de pijnbank, in het Nederland van nu gebeurt hetzelfde maar dan anders. In allerlei sectoren (overheid, journalistiek, bedrijfsleven, onderwijs, detailhandel, marketing – om over de sociale media maar te zwijgen) wordt door ontelbaar veel taalgebruikers dat niet lekker genoeg bekkende Nederlands uit de basisvocabulaire gekieperd ten faveure van iets Amerikaans. Ik ben geen purist, ik weet dat talen veranderen, dat ze woorden van elkaar overnemen, dat het zelfs van levensvatbaarheid getuigt als een taal openstaat voor invloeden van buitenaf. Ik gebruik zelf ook leenwoorden, uit allerlei talen, waaronder het Amerikaans. Maar ik zie ook dat de rem eraf is, en daar krijg ik een eh . . . error van.

Het Amerikaans is de talige variant van Fallopia japonensis ofwel Japanse duizendknoop, een snel groeiend plantje dat zo’n handige bodembedekker was totdat bleek dat het geen andere soorten op die bodem duldde. Net als die frisse F. jap. is het lekker bekkende F. americana waar we onze eigen taal zo gretig mee uitbreiden een uitheemse invasief die weleens voor verarming en verschraling kan gaan zorgen.

Jaren geleden zag mijn lief de bui al hangen. Koerierend op de vaderlandse snelwegen zag hij al die engelsachtige bedrijfsnamen en amerikaanserige slogans langskomen op de bestelbussen van binnen het eigen taalgebied opererende postbezorgers (Lean & Green), dakdekkers (Roof Top) en schoonmakers (Broom Clean). Dan deed hij een greep in de denkbeeldige doos op het dashboard en plakte in het voorbijrijden een van zijn virtuele klevers op de gewraakte invasief. Take that!

◊◊◊

Philip Dröge, De Tawl. Hoe de Nederlandse taal (bijna) Amerika veroverde. 2023. Een register was fijn geweest voor de lezer die zich nu een ongeluk bladert om een eerder gezien woord terug te vinden.

Dröges huurfiets deed me denken aan de gammele tweewieler waarmee ik ooit op een drukke snelweg in Florida op researchavontuur ging. Tegen de stroom in, dat dan weer wel.

Prent: Miami, 2012. Foto © Gertrudsdottir.