De laatste blik

Fotograferen houdt in dat je jezelf het object toe-eigent dat je fotografeert.

– Susan Sontag, ‘In Plato’s grot’

Sinds vandaag heb ik er weer een boek bij, dus gaat er een ander uit mijn kast verdwijnen. Voordat het elders een tweede of derde leven gaat leiden blader ik het vertrekkende boek nog een keer door.

De beurt is aan Susan Sontags opstelbundel Over fotografie. Een andere bundel van haar, over film en literatuur, is al eerder met onbekende bestemming vertrokken.

De zes opstellen in Over fotografie heb ik lang geleden in etappes gelezen, op zoek naar onderbouwing van mijn eigen, half gevormde ideeën over fotograferen. In de kantlijn markeren bescheiden potloodstreepjes mijn voortgang in het boek. Het zijn er niet veel, en gaandeweg worden het er ook minder.

Sontag lezen is voor mij geen ontspannen bezigheid, ik moet alle zeilen bijzetten om haar met grote namen uit de wereld van de (kunst)fotografie gelardeerde betoog te kunnen volgen. Nu herinner ik me ook weer het frustrerende gevoel dat op het punt waar ik vertraag omdat ik het niet meer begrijp, Sontag zelf juist lijkt te versnellen – alsof ze me bij nader inzien de toegang tot haar theoretiserende hoogten alsnog ontzegt.

Ook tijdens dit middagje bladeren door Sontags gedachtegoed loop ik hier en daar vast, misschien wel op dezelfde punten. Maar bijna alles wat ik destijds aanstreepte omdat ik het het onthouden waard vond, blijkt in de wereld van nu nog steeds het onthouden waard te zijn.

Sontag noteerde haar observaties over fotografie aan het begin van de jaren zeventig, lang voor de komst van de digitale camera die inmiddels de norm is, maar aan zeggingskracht hebben ze niets ingeboet. Nu we een halve eeuw verder zijn en de westerse mens geen stap meer zet zonder smartphone, die een altijd paraat verlengstuk is geworden waarmee dag in dag uit ongelimiteerde aantallen foto’s kunnen worden gemaakt, zijn die observaties alleen maar relevanter geworden. Dat heeft Sontag wellicht niet voorzien maar wel alvast doorgrond. 

◊◊◊

Susan Sontag, Over fotografie, 1974. Vert. van On Photography (1973) door H. Scheepmaker. Op de achterflap: “Typisch is, dat zij zich in haar woorden zo uitdrukt, dat zij geen gebruik heeft menen te moeten maken van illustratiemateriaal.”

Haar andere opstelbundel is Against Interpretation. Besproken in ‘Het spel en de regels’.

Prent: Siena, 1982. Foto © Gertrudsdottir.

Sontag sluit Over fotografie af met een verzameling aan de fotografie gerelateerde citaten. Ik volg haar voorbeeld, met een bloemlezing uit de passages die ik in haar eigen opstellen aanstreepte:

  • Foto’s zijn misschien wel de meest mysterieuze van alle objecten die samen de leefomgeving vormen die we modern noemen en die deze steeds ingewikkelder maken.
  • Iets waar we over horen praten maar waar we nog onze twijfels over hebben, lijkt bewezen te zijn zodra we er een foto van te zien krijgen.
  • Net als elke massale kunstvorm wordt fotografie door de meeste mensen niet beoefend als kunst maar als sociale rite, als afweerreactie tegen angst, als machtsmiddel.
  • Het lijkt bijna onnatuurlijk om zonder camera op vakantie te gaan. Foto’s vormen immers het onbetwistbare bewijs dat de reis is gemaakt en dat men zich heeft vermaakt. 
  • De afhankelijkheid van de camera als instrument om de dingen die men beleeft reëel te maken vermindert niet als mensen meer gaan reizen.
  • Reizen als strategie om foto’s te vergaren.
  • De meesten voelen zich geroepen een camera te plaatsen tussen zichzelf en alle opmerkelijke dingen die ze tegenkomen. 
  • Een foto is niet alleen het product van een ontmoeting tussen een gebeurtenis en een fotograaf; een foto maken is een op zichzelf staande gebeurtenis, die steeds onverbiddelijker rechten opeist, namelijk om zich met alles wat er gaande is te bemoeien, erin binnen te dringen of het juist te negeren.
  • In elke cameratoepassing ligt een zekere agressie besloten.
  • De camera wordt – net als de auto – in de markt gezet als een moordwapen: waar mogelijk verregaand geautomatiseerd en klaar voor de aanval.
  • Zoals de camera een sublimatie is van het geweer is fotograferen een gesublimeerde moord: een zachte moord die past bij onze treurige, angstige tijd.
  • Op den duur zullen mensen misschien leren hun agressie wat meer uit te leven met een camera en wat minder met een geweer, voor de prijs van een wereld die dan nog meer door beelden zal worden verstikt.