Oude mannen

Give me an old man anytime!

– Zuster Dana Benedicta

King Crimson. In de jaren zeventig was ik fan.

Een monumentale sound die iets in mij opende dat bij andere rockbands, hoe goed ik hun muziek ook vond, dicht bleef.

In the Court of the Crimson King, Starless & Bible Black, Red. Vooral die laatste. Met het soloalbum van frontman Robert Fripp, Exposure, kwam daar een fascinatie bij die meer met de man dan met de muziek te maken had. Wat bezielde hem? Het album leverde me een lijfspreuk op die me mijn hele volwassen leven zou vergezellen.

Tegen de tijd dat ik Fripp live zag in Paradiso heette zijn band Discipline en bestond de setlist alleen uit nummers van de drie ‘Discipline’-albums. Wat mij overkwam als ik de platen uit de jaren zeventig draaide, overkwam me bij dat nieuwe repertoire niet.

Het is een hele tijd geleden dat ik mijn Crimson-LP’s heb gedraaid. Starless blijft bij tijd en wijle spontaan in mijn hoofd opduiken – evenals de herinnering aan wat dat nummer destijds met me deed.

En nu, bijna een halve eeuw later, is er King Crimson at 50.

Voor een fan die de band bijna veertig jaar niet meer heeft gevolgd is het een leerrijke documentaire. De bandleden van nu zijn nieuw voor me, maar ze spelen het repertoire uit de roemruchte beginjaren nu wel live, dus de muziekflarden herken ik dan weer wel. Er wordt groots opgetreden, op spectaculaire plekken. Ik ben blij dat ik de film een tweede keer kan bekijken, want tussen de concertflarden door flitst er veel voorbij.

Zoals de ‘prog rock nun’ Zr. Dana Benedicta uit Noorwegen die in habijt en op sandalen (met sokken aan) een KC-concert bezoekt. Voor haar is luisteren naar King Crimson als een gesprek met een vriend ‘die me vertelt wat hij in me ziet. Soms ben ik het met hem eens, soms niet. Soms doet het pijn, net als bij de tandarts. Dan gaat het dieper.’ Dat de line-up inmiddels behoorlijk op leeftijd is is voor haar een pluspunt. Op de kunstacademie, zegt ze, kun je veel beter een ouder iemand tekenen dan een jong model. Jong is alleen maar mooi, zegt ze, dat is toch niet interessant. En dan voegt ze daar, bedaard maar van binnenuit stralend, met een licht Scandinavisch accent aan toe:

Give me an old man anytime!

Fripp (1946), in de film ruim in de zeventig, is en blijft een enigma. Hij drukt zich uit in aforismen waar de regisseur geen weerwoord op heeft, loopt weg als hij in het gesprek geen heil meer ziet of haalt de vraagstelling onderuit – ook als de vraag niet aan hem wordt gesteld. Thuis zit hij, typisch op het puntje van zijn stoel, aan een gepolitoerde tafel met daarop een rijtje ingelijste foto’s, geconcentreerd en met kaarsrechte rug zijn vingerzettingen te repeteren. 

In die thuissetting wordt het wat persoonlijker, al zijn de dingen die Fripp over zichzelf loslaat niet eenvoudig te plaatsen. Hij haalt cryptische herinneringen op aan zijn ontmoeting met de esoterische filosoof J.G. Bennett, kort voor diens overlijden, en de fameuze lijfspreuk komt woordelijk langs: If you know you have an unpleasant nature and dislike people, this should be no obstacle to work.

Kort daarop blijft de camera midden in een anekdote bijna twee minuten op Fripp gericht staan terwijl die achter zijn strenge façade een onzichtbare emotionele storm doormaakt. Als hij er ten slotte in slaagt die beladen stilte zelf te doorbreken blijft zijn pokerface intact.

Dat repeteren, zegt hij, doet hij dagelijks, uren aan een stuk. Hij noemt het zijn calisthenics, gymnastiek dus. Niet alleen de gitaartechniek moet bijgehouden worden, ook de geest moet optimaal in vorm blijven. 

Je zou bijna gaan denken dat de boog in huize Fripp nooit eens ontspannen mag zijn, maar zijn volgers weten wel beter: tijdens de covid-lockdowns verraste hij samen met zijn eega hun beider fans met wekelijkse covers van bekende nummers in luchtige, zelfs frivole, home-video’s. 

In de documentaire wordt hoogstens ironisch gelachen, de algehele sfeer is serieus. Fripp licht zijn muzikale credo toe dat, gezien de leerstellingen van Bennett verbaast het me niet, gericht is op dienstbaarheid aan de muziek en, uiteindelijk, op transcendentie. Daarbij vertrekt Fripp vanuit de stilte:

Mijn meest diepgaande ervaring is die met stilte wanneer stilte de kamer betreedt en bij ons komt zitten. Er is een vehikel nodig om stilte te laten horen en dat vehikel is muziek.



Muziek maken definieert hij als een samengaan van vakmanschap, precisie en puurheid. En dan telt alleen nog dit:

Om erbij te zijn als muziek de kamer in komt; om publiek erbij te hebben als muziek de ruimte betreedt.

Toch wat ongrijpbare woorden, maar uit de mond van de onberispelijke oude heer zelf, onveranderlijk in pak met gilet en stropdas, klinken ze geloofwaardig. En als ik naar de concertfragmenten kijk, geloof ik ook wel dat ik ze begrijp.

Na een halve eeuw is King Crimsons grote man een oude man, er staan geen tournees meer gepland. Dat maakt het extra jammer dat die transcendentie destijds in Paradiso uitbleef.

◊◊◊

In the Court of the Crimson King: King Crimson at 50. Een documentaire van Toby Amies. 2023, 86 min. Zr. Dana Benedicta komt in de 33e minuut in beeld.

Mijn eerdere berichten over Fripp en Bennett vind je hier en hier.

Robert Fripp is getrouwd met de voormalige Queen of Punk Toyah Willcox. Afleveringen van Toyah and Robert’s Sunday Lunch zijn te vinden op de King Crimson-website DGM Live en op Youtube.

Prent: Londen, 1982. Foto © Gertrudsdottir.