
Voor mijn boekenkast (ja, ik heb er maar één) hanteer ik het principe ‘een erin een eruit’. Ook nu ik pockets verzamel verlies ik die zelf opgelegde boekendrempel niet uit het oog, al maak ik het mezelf daar niet gemakkelijker mee.
Mijn wenslijstje is heel specifiek: ik zoek de ‘romans dûrs’ en policiers van Georges Simenon die tussen 1955 en 1972 zijn verschenen in de Zwarte Beertjes-reeks.
De Zwarte Beertjes van Simenon hebben standaard rond de 190 pagina’s. Daar wordt de lettergrootte van het binnenwerk op aangepast. Als de auteur langer van stof is dan anders betekent dat een minuscuul korps en weinig wit op de pagina. Bij een dunnere Simenon schieten er achterin juist wat pagina’s over. Ruimte die de uitgever aangrijpt om zijn andere Zwarte Beertjes aan te prijzen.
Tja, dat principe. Mijn collectie telt inmiddels zoveel titels dat ik ze in een eigen boekenrekje heb ondergebracht. De zogeheten harde romans hebben mijn voorkeur, de Maigrets (die minstens zo ‘psychologisch’ zijn) lees ik tussendoor. In het begin had ik mezelf met het oog op oververzadiging op rantsoen gezet – één Simenon per maand, maar nu het rekje alweer vol is, mag het leestempo wel wat omhoog, wil ik bij leven en welzijn alles nog gelezen krijgen.

Voor mij zijn de omslagen net zo belangrijk als de inhoud. Vandaar ook mijn rekje: van de pockets daarin zijn niet de ruggen maar de voorkanten te zien. Simenons Zwarte Beertjes zijn vormgegeven door de schepper van het fenomeen ‘nijntje’: Dick Bruna, zoon van de uitgever. Zijn betere omslagen zijn de eenvoud zelve – zijn beeldtaal is simpel maar daarom nog niet oppervlakkig. Wie het verhaal kent, ziet de subtiele verwijzingen naar de inhoud van het verhaal. Het spel dat Bruna speelt met de vaste ingrediënten (belettering, beertjeslogo, signatuur) is bij elke omslag anders.

De pockets die ik tot nu toe heb bemachtigd zijn gezien hun leeftijd redelijk goed geconserveerd. Hun papier is vergeeld, er is de onvermijdelijke lichte schade maar verder dan een omgevouwen hoekje gaat dat niet. Stukgelezen of smoezelig zijn ze geen van alle, ik schat dat het merendeel na één keer te zijn gelezen in de kast van de (voor-)vorige eigenaar is gezet en niet meer tevoorschijn gehaald. Er zitten erbij met zo’n glad ruggetje dat ze misschien niet eens gelezen zijn.

Dat lezen doe ik dan wel. De vertalingen zijn gemaakt toen ik opgroeide; gedateerd Nederlands dus. Ook dat is onvermijdelijk: taal verandert. Wat wel had kunnen worden vermeden zijn de fouten die de Beertjes-redactie heeft laten passeren. Die van de zetduivel zijn komischer dan de toetsenbordmissers van nu (denk aan een ondersteboven of gespiegelde letter), maar waarom al die taalfouten? Grammaticale miskleunen zijn van alle tijden . . . of mocht zo’n (her)uitgave Bruna père niets extra’s kosten?
Toch lees ik Simenon liever in de taal van toen dan in een recent ‘opgefriste’ heruitgave (verpakt in een hedendaagse fotografische sfeeromslag, ook al zoiets onvermijdelijks). Merkwaardige of gedateerde woorden, bizarre leenvertalingen en in onbruik geraakte uitdrukkingen verhogen het patina dat de verhalen toch al hebben, omdat ze zich afspelen in tijden en omstandigheden die wij niet uit eigen beleving kennen. De stadjes en steden van de romans, het Parijs van Maigret: zoals Simenon ze beschrijft, bestaan ze niet meer. Maar de zwijgzame mannen die hij hun omgeving laat observeren, hun levensloop laat recapituleren en hun eenzaamheid met beweegredenen laat omkleden, zijn exponenten van een condition humaine die van alle tijden is.

Wordt vervolgd.
◊◊◊
Zwarte Beertjes, 1955-1972. Pocketuitgaven van de romans en policiers van Georges Simenon met omslagen van Dick Bruna. Ik weet hoeveel ik er heb, niet hoeveel er zijn. Voorlopig kan deze verzamelaar vooruit.
De liefhebber van bibliografische informatie valt op hoe weinig sommige colofons te melden hebben. Gelukkig zijn daar andere bronnen voor. Simenon heeft een welgevulde Nederlandstalige Wikipedia-pagina, met een overzicht van de vertalingen van zijn romans dûrs; Maigret heeft een eigen, nog uitgebreider pagina. De Franstalige Wikipedia-pagina en de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek weten het antwoord op veel resterende vragen.
Prenten: omslagen uit eigen verzameling, m.u.v. De deur. Die staat hoog op mijn wenslijstje, maar dan zonder de vouwen.
◊◊◊
Naschrift: op pakjesavond 2025 krijg ik een ingenieus van binnenuit verlichte kijkdoos met als buitenkant het welbekende omslag van De deur, als zijnde ‘het boek dat ik het liefste van alles wil hebben’ (de vraag die de anonieme surprisepiet me vooraf stelde). Dank u wel, Mylaniklaasje!
