
Ik vertelde hem dat ik op zoek was naar gebeurens, van mijzelf en van anderen, die ik bij elkaar wou zetten in een boek, om te zien of ik buitenstaanders een indruk kon geven van de sterke, bittere smaak van ons beroep.
— Primo Levi
Het periodiek systeem is een van die boeken waarin ik onder het lezen streepjes zet. Kleine liggende streepjes in de kantlijn bij bijzondere passages. Hier en daar kriebel ik er een soort geheugensteuntjes bij.
Primo Levi, chemicus van beroep, schotelt zijn lezer in deze bundel met verzamelde ‘gebeurens’ een hoop scheikunde voor, maar zo dat het voor alfa’s goed te behappen is. De verhalen zijn afzonderlijk te lezen, maar ze vormen wel een chronologisch geheel. Het zijn er 21 en hij vernoemt ze naar de elementen uit het Periodiek Systeem van Mendelejev, met titels als Waterstof, Zink, IJzer, Kalium, Fosfor enzovoorts. Bovenstaand citaat komt uit Zilver, waarin een oud-studiegenoot Levi desgevraagd een bijdrage levert over röntgenpapier.
Wat mij interesseerde waren de verhalen van het slecht bewapende voetvolk, van de eenmanschemie, de chemie op mensenmaat.
Deze eigenlijk nogal onspectaculaire particuliere belevenissen van Levi en zijn beroepsgenoten vinden plaats “te midden van de onverschilligheid van hun tijd”, politieke en maatschappelijke gebeurtenissen die een onuitwisbaar stempel drukken op het Italië van de jaren dertig en veertig: de opkomst van het fascisme, de anti-joodse wetten (die de net afgestudeerde Levi zijn burgerrechten ontnemen), de republiek van Salò, de Duitse bezetting. Levi refereert aan deze ontwikkelingen op een onnadrukkelijke, zakelijke manier. Af en toe becommentarieert hij de houding van zijn eigen, jongere zelf uit die tijd, soms becommentarieert hij anderen. De toon is altijd mild en sentiment houdt hij te allen tijde op royale afstand – wat zijn verhalen overigens des te aangrijpender maakt, en het anekdotische naar een hoger plan tilt.

Dat zorgt voor fascinerende literatuur.
Levi’s taal is, anders dan je van een niet-praktiserende jood zou verwachten, gedrenkt in de taal van de Bijbel en het joods-christelijke gedachtegoed, elementen die hij gebruikt om er zijn belevenissen in de wereld van de exacte wetenschap mee te vertellen.
Het is de taal van iemand die de humor van dingen inziet, in alle gradaties: van sardonisch tot subtiel tot zelfspot.
En het is de taal van iemand die al op de middelbare school poëzie ontwaarde in de orde van het Periodiek Systeem (“verhevener en grootser dan alle gedichten die we op het lyceum hadden doorgeworsteld, als je goed toekeek, rijmde het zelfs!”) of een verschijnsel als fotosynthese (dat aan bod komt in Koolstof, een “sage . . . om aan de mensheid de verheven en alleen aan scheikundigen bekende poëzie van de bladgroenfotosynthese te onthullen”), terwijl het tegelijkertijd de taal is van iemand die – als de chemisch laborant die hij ook is – nauwkeurig doseert, geduld betracht en geen overhaaste conclusies trekt.
Dat die rijke taal hem niet zomaar is komen aanvliegen vertelt hij bijna terloops in het verhaal Chroom, als hij, een beschadigde Auschwitz-overlevende terug in Turijn, zijn toekomstige vrouw ontmoet en zich “in een paar uur” eindelijk gereed voelt “om met lust en moed het leven binnen te gaan” en eindelijk kan schrijven op de manier van de chemicus “die weegt en scheidt, meet en oordeelt op grond van onbetwijfelbare gegevens”.
Het gaf me een geluksgevoel om het juiste woord te zoeken en te vinden, of te scheppen; juist, dat wil zeggen treffend, kort en sterk; de feiten uit mijn herinnering te putten en ze zo strak en geserreerd mogelijk te beschrijven.
Het resultaat was Is dit een mens, het boek waarin Levi over zijn maanden in Auschwitz vertelt; en Respijt, over zijn voettocht door het verwoeste oosten van Europa op weg naar huis in Turijn. In Het periodiek systeem speelt alleen het verhaal Cerium zich in Auschwitz af.
De verhalen in deze bundel brengen de persoon Levi van vóór Auschwitz en die van erna samen: een autonoom denker die er al op jonge leeftijd van overtuigd was dat de “adeldom van de Mens . . . zijn heerschappij over de stof was”, en dat de stof overwinnen door die te begrijpen de enige manier was “om het heelal en jezelf te kunnen begrijpen” – iets wat hij onder alle omstandigheden is blijven doen.
En ik maar streepjes zetten.
◊◊◊
Primo Levi, Het periodiek systeem. Verhalen uit een leven.
Il sistema periodico, 1975. Vert. F. De Matteis-Vogels, 1997 (1989).
Prenten: Piemont, 2018. Foto’s © Gertrudsdottir.