
It is impossible to achieve the aim without suffering.
– J.G. Bennett
De jaren zeventig zijn voor mij verbonden met de lp’s van King Crimson. Platen waarop ik meer dan muziek ontwaar. Dat geldt al helemaal voor Exposure, het album waarop gitarist Robert Fripp zijn frippertronics laat ondersteunen door uitspraken van de Engelse filosoof J.G. Bennett. Of andersom.
Fripp, oprichter en frontman van KC, volgde een leergang aan de International Academy for Continuous Education, een door Bennett opgerichte spirituele school in Sherborne, Engeland, die voor zijn muziek van groot belang was. Ik denk niet dat ik overdrijf als ik zeg dat Bennett Fripps geestelijk leidsman is. Tot op de dag van vandaag is Fripp, zelf ook niet de jongste meer, betrokken bij de J.G. Bennett Foundation.
Tegen de tijd dat ik met Bennetts werk in aanraking kom, is de man zelf al overleden, zijn academie opgeheven. In zijn boeken bespreekt hij zijn leerstellingen, vertelt over zijn eigen zoektochten naar spiritualiteit, geeft concrete adviezen voor innerlijke groei, creatief denken en transformatie. Reuze interessant allemaal, maar hoe diep ik mijn neus ook in de boeken steek, vonken zoals eerder bij de platen van Fripp en zijn band spatten er niet over. Ik koester de uitspraken die ik dankzij Exposure heb buitgemaakt, verhef een ervan tot mijn lijfspreuk. Bennetts stem blijft in mijn hoofd zitten, maar mijn spirituele zoektocht stokt. Een onbewandeld pad, onbegonnen werk.

Al is dat ‘onbegonnen’ bij nader inzien toch niet helemaal waar.
Behalve de adviezen en toelichtingen van Bennett herinner ik me namelijk ook uitspraken van de enigmatische G.I. Gurdjieff. Waar ik die vandaan heb weet ik eigenlijk niet meer. Bennett noemt zijn naam, maar citeert hem niet. Ze staan ook niet op de plaat van Fripp. Feit is dat ze op mij genoeg indruk hebben gemaakt om ze niet meer te vergeten.
Het zijn er twee. De ene gaat over het breken met routines. Dat je om sleur en verslaving tegen te gaan op gezette tijden moet stoppen met vaste gewoontes. (Ik blijf dat grappig vinden, dat je er een gewoonte van moet maken om met gewoontes te breken.) Niet alleen de slechte gewoontes moeten eraan geloven, de prettige of praktische net zo goed. Het gaat erom dat je alert blijft. Drijven op routine, hoe handig dat ook is, is uit den boze. Gurdjieff geeft geen tips voor hoe je dat voor elkaar moet krijgen terwijl je je tropenjaren beleeft met een jong gezin, een baan en af en toe een gestolen momentje voor jezelf. En de regel van Bennett die ik hierboven aanhaal voegt daar sardonisch aan toe: zonder te lijden zul je je doel niet bereiken.
Pas sinds die tropenjaren achter de rug zijn kan ik me dat lijden weer veroorloven, al vraag ik me wel af of zo’n beladen term van toepassing is op de welgedane westerling die ik ben. Me dunkt dat ik het nooit verder dan ‘afzien’ heb gebracht. Fripp doet daar niet moeilijk over: « . . . veel lijden is onnodig. Neem nu gulzigheid. Al het lijden dat daaruit voortkomt. Totaal onnodig. Ik ben gulzig. Als ik kon ophouden met gulzig zijn zou ik veel meer energie hebben om . . . te lijden op een manier die toepasselijker is. » Oké, dat lijden om de verkeerde dingen energie vreet die je beter aan iets anders kunt besteden, is het onthouden waard.
De andere Gurdjieff-quote die me is bijgebleven is zijn metafoor van koetsier, paard en wagen. De wagen is het lichaam, het paard de emotie, de koetsier de rede. Er is ook een passagier, het zelf, dat door het al dan niet succesvolle samenspel van de drie componenten lichaam, emotie en rede wordt meegevoerd op zijn levenspad. Onderweg bouwen ze gevieren aan een vijfde verschijnsel waarvan zonder hun gestage arbeid niets terechtkomt: de ziel. Mooi toch – dat die ziel er wel komt, als je er op alle fronten de goede energie in steekt. Onbegonnen werk of niet, dit zou weleens het doel van het toepasselijk lijden kunnen zijn waar Bennett en Fripp op doelen.
In mijn browser verdringt zich een legioen Gurdjieff-uitleggers om me te vertellen hoe ik zijn beeldspraak moet duiden. Ik klik er geen enkele aan. Dat hoeft niet. Eindelijk weet ik dat het geen onbegonnen werk is geweest.
◊◊◊
Robert Fripp, Exposure. 1979. John Bennett is te horen op de nummers 09, 10 en 13. Fripp praat over lijden in een interview met Ron Gaskin uit datzelfde jaar, na te lezen op elephant-talk dot com slash exposure. Vertaling van mij.
King Crimson heb ik na Three of A Perfect Pair niet meer gevolgd. Voor de lp’s In the Court of the Crimson King en Starless and Bible Black mag je me nog steeds wakker maken.
Van J.G. Bennett blijf ik Transformation (1978) herlezen. Op p. 77 e.v. gaat het over de vorming van de ziel. Het andere Bennett-boek waar ik af en toe in duik is Creative Thinking (1982).
De J.G. Bennett Foundation zet met enige regelmaat nieuwe transcripties van Bennetts lezingen online.
Mijn eerdere post over de lijfspreuk staat hier.
Prenten: Breda (Bontekoestraat), 2020. Foto’s © Gertrudsdottir.