Bij de dokter

‘Leven, ik begrijp je niet.’
– Tyko Glas, huisarts

Mijn kennismaking met dokter Glas, huisarts te Stockholm, verliep langs een omweg. Ik leerde hem in 2009 kennen toen ik het manuscript van de roman Gregorius persklaar maakte, 347 pagina’s in vertaling, waarin de Zweedse schrijver Bengt Ohlsson ruim de tijd neemt om het verhaal te vertellen van dominee Gregorius, die patiënt is bij dokter Glas.

Het boek van Ohlsson is een spin-off van de in 1905 verschenen roman Doktor Glas, waarin Ohlssons beroemde vakgenoot Hjalmar Søderberg zijn lezers laat meelezen in het geheime dagboek van de jonge huisarts terwijl deze een moordaanslag overweegt, beraamt en uitvoert op diezelfde dominee.

Mijn indirecte kennismaking is de reden dat ik Søderbergs korte roman met enige, weliswaar fictieve, voorkennis lees: voor mij ‘bestond’ Gregorius al, en in zijn portrettering is Ohlsson er ondanks het onaangename imago van de dominee in geslaagd er een man van te maken met wie de lezer meevoelt.

Het is die empathie-tegen-wil-en-dank die zich opdringt als ik het dagboek van de dokter de eerste keer lees.

Glas schrijft ongecensureerd zijn gedachten neer, en wanneer hij geobsedeerd raakt door de lieftallige, doodongelukkige Helga Gregorius wordt haar onappetijtelijke echtgenoot voor de dokter een obstakel dat omwille van Helga’s levensgeluk uit de weg geruimd dient te worden.

Nu ik jaren later Glas’ dagboeknotities herlees (wat geen straf is) is Ohlssons Gregorius zodanig vervaagd dat het me beter lukt om mee te gaan in het onbarmhartige beeld dat Glas van hem geeft. Ja, de dominee is inderdaad een nare griezel van een man.

Wat natuurlijk niet wil zeggen dat hij daarom dood moet. Toch zal ’s mans huisarts in een tijdsbestek van luttele weken bezwijken voor zijn eigen redenaties en de kwalijke dominee, die hij tegen die tijd met succes gedemoniseerd heeft, min of meer terloops uit de weg ruimen. 

Dat maakt dokter Glas vele malen interessanter dan zijn nietsvermoedende slachtoffer. In Ohlssons boek, dat zich volledig op de dominee richt, komt de jonge huisarts slechts zijdelings aan bod, bij Søderberg leer ik hem dubbel en dwars kennen.

Tyko Gabriel Glas, huisarts in Stockholm rond de vorige eeuwwissel, is een eenzame, wat hautaine dertiger die kampt met neerslachtigheid. Hij is een romanticus die in de weersomstandigheden, in landschappen en in klassieke muziek zijn stemmingen weerspiegeld ziet; een dandyachtige estheticus en fijnproever die van verheven kunst en verfijnde gerechten houdt, een intelligente ongelovige die Luther, Kierkegaard en Baudelaire citeert. Al zo lang hij huisarts is walgt hij van de onfrisse fysieke kant van zijn beroep. En nog veel langer is hij ongelukkig in de liefde.

In zijn dagboek, dat hij bijhoudt in de eindeloze, lichte, slapeloze uren van de Scandinavische zomer, poneert hij de ene malse mening na de andere. Die meningen, over de huwelijkse staat, vrouwenrechten, abortus, zelfmoord en euthanasie zijn vrijzinnig op het radicale af vrijzinnig, en staan vaak haaks op het conservatieve, bedaagde beeld dat Glas van zichzelf aan de buitenwereld toont.

Tyko Glas komt uit zijn geschriften tevoorschijn als een mensenschuwe binnenvetter die van alles vindt maar daar niet naar handelt. Hij noemt zichzelf een toeschouwer, iemand die vanaf de zijlijn het leven aan zich voorbij ziet gaan, maar eigenlijk snakt hij naar actie: hij wil een daad stellen. Maar welke?

Zijn aanhoudend celibataire bestaan en zijn afkeer van fysieke aanrakingen (laat staan van de geslachtsdaad) drijven hem tot wanhoop, spontaan op iemand verliefd worden is er voor hem niet bij. Met zijn romantische inborst kent hij alleen onbereikbare liefdes: een reeds jong overleden meisje dat hij ooit gekust heeft, een onbekende vrouw die hem in een droom verschijnt. Of Helga Gregorius, die hem in zijn spreekkamer in vertrouwen neemt over haar fysieke afkeer voor haar man, de dominee. Algauw houdt Glas zich obsessief met haar wel en wee bezig, aanvankelijk nog discreet vanaf de zijlijn, maar stap voor stap wordt zijn bemoeienis concreter en treedt hij vrijwillig uit zijn observerende rol om voor Helga de weg vrij te maken zodat ze met haar minnaar een nieuw leven kan beginnen.

Dit bereidt hij minutieus voor: hij bedenkt niet alleen een plan, maar in zijn dagboek beschrijft hij uitvoerig hoe hij door redenering en rationalisatie eventuele tegenargumenten op basis van morele overwegingen of het Wetboek van Strafrecht wegwerkt, en noemt dit zijn ‘rechtbankverslag’.

Op basis van deze rationele analyse spreekt hij zichzelf vrij van schuld, maar wat hij niet heeft voorzien is de bodemloze leegte waar hij naderhand in terechtkomt. Hij aanvaardt haar gelaten.

‘En ten slotte is er een vermoeden bij me gerezen: het is misschien niet de bedoeling dat men het leven begrijpt. Dat hele razende verlangen om te verklaren en te begrijpen, die hele jacht op de waarheid, is misschien wel een dwaalspoor.’

◇◇◇

Hjalmar Søderberg, Doktor Glas. 1905. Dokter Glas, vert. B.v.d.Meij, 2004. 175 p.

Bengt Ohlsson, Gregorius. 2004. Vert. G.d.Boer, 2009. 347 p.

Margaret Atwood schreef een beschouwing over Dokter Glas ter gelegenheid van de heruitgave van de Engelse vertaling uit 2002. Online na te lezen via The Guardian.

Atwood gaat onder meer in op de naam van de huisarts en ontwaart daarin drie componenten die elk op eigen wijze iets bijdragen aan de aard van het personage: Tyko verwijst naar de astronoom Tycho Brahe, die zijn blik liever op de sterren richtte dan op het aardse gekrioel; Gabriel is de aartsengel die in de Bijbel goddelijke openbaringen verkondigt – van de vernietiging van de zondige stad Sodom tot de geboorte van Jezus. Voor een arts die in zijn beroepsuitoefening steeds te maken heeft met leven en dood is dat relevant, zeker voor dokter Glas als hij overweegt het leven van een medemens zomaar te beëindigen; en Glas is glas: de eigenschappen van glas (hard, ondoordringbaar, spiegelend, breekbaar en transparant) zijn van toepassing op de notities waarin de dagboekschrijver zich aan ons toont.

Prent: Écriture, 2025. Foamdruk © Gertrudsdottir.