Waanzinnig stil

2010-3980 zuidkant furka belvédère FOTO GERTRUDSDOTTIR

In haar boek over stilte vertelt de Britse auteur Sara Maitland over de overeenkomsten die ze ziet tussen diverse categorieën ‘stiltezoekers’: de romantische terug-naar-de-natuur avonturier, de al dan niet religieuze, al dan niet mediterende kluizenaar, de serieuze sportbeoefenaar (denk aan bergbeklimmer, solozeiler) en mensen die om andere redenen de extreme natuur in trekken, zoals de poolreiziger. Allemaal, schrijft ze, komen ze op indringende wijze in aanraking met de stilte – sommigen willens en wetens, anderen tegen wil en dank. Het valt haar op dat al die verschillende mensen met hun uiteenlopende ambities op nagenoeg dezelfde manier de stilte beleefden, en er vaak in vergelijkbare bewoordingen over vertellen.

Toen ze aan het begin van haar eigen stilteonderzoek een afgelegen cottage huurde op het Schotse eiland Skye moest er wel binnen gerookt mogen worden, en als het pokkenweer was, maakte ze haar dagelijkse wandeling gewoon met de auto. Dat voelt niet als een bekentenis. Het is een illustratie van haar werkelijkheid: hier zit niet iemand te schrijven die zich anders voordoet dan ze is.

Ook als ze de getuigenissen van andere stiltezoekers onder de loep neemt doet ze dat zonder vooringenomenheid, vanuit die onopgesmukte, onbevooroordeelde werkelijkheid. Ze heeft zich breed ingelezen in het onderwerp en weet passages uit het werk van heiligen en helden telkens weer te verbinden met haar eigen situatie. Er komen een paar oude bekenden langs: ik noem de onvermijdelijke Thoreau met zijn Walden, de door vele duivels gekwelde heilige Antonius en tot mijn verrassing ook Donald Crowhurst, de solozeiler die eind jaren zestig in een waanzinnige stilte verdween.

Maitland is gul met verhalen, spaarzaam met haar oordeel. Ze bepaalt zich tot het presenteren van andermans bevindingen zonder daarover een mening te ventileren. Ook (zelfs) haar eigen ervaringen (en aanvaringen) met de stilte tekent ze sec op, zonder overal bij te zeggen wat ze ervan vindt. Des te opvallender is het als ze ineens toch even uit haar slof schiet.

Met een haast ontstellende stomheid of arrogantie of beide trok hij zonder kaart de wildernis in.

De wildernis is die van Alaska, ‘hij’ is Chris McCandless, de idealistische jonge stiltezoeker die mede dank zij de inspanningen van auteur Jon Krakauer, regisseur Sean Penn en de ukelele van Eddie Vedder postuum een icoon werd voor een hele generatie jongeren.

Met een haast ontstellende stomheid of arrogantie of beide: Maitlands aanloopje geeft exact aan hoe onvoorbereid, hoe achteloos deze iconische jongeman de stilte dacht op te kunnen zoeken. Ze brengt ermee onder woorden wat ik dacht bij het lezen van Krakauers boek en wat me later in de bioscoop als een mokerslag trof.

Hoe herkenbaar voor wie ooit de verbijstering van de achterblijver aan den lijve heeft ondervonden en die bij vlagen weer ondervindt, want nee, het houdt niet op. Het is de kreet van iedereen die zich telkens opnieuw afvraagt: hoe onbezonnen kan een mens zijn?

Hoe vaak (en hoe hard) die vraag ook wordt gesteld, het blijft waanzinnig stil.

◊◊◊

Sara Maitland, A Book of Silence. 2008. Nederlands: Stilte als antwoord. 2010. Vert. E. Fuchs.
Het verhaal over Donald Crowhurst en zijn fatale psychose is (onder meer – ik kom het telkens weer tegen) ook te vinden in Filosofie van de waanzin van Wouter Kusters uit 2014.
Chris McCandless is onderwerp van een biografische roman van Jon Krakauer, Into the Wild. 1996. Nederlands: De wildernis in. 1996. Vert. A. van der Mijn. Sean Penn verfilmde het boek in 2007. Soundtrack van Eddie Vedder.

Prent: Furkapas (zuidzijde), 2010. Foto © Gertrudsdottir.