
Buitenlandse lezers klagen weleens over te lange Franse zinnen.
– Paul Claes
In Gouden vertaalregels doet Paul Claes aanbevelingen om het Nederlands in vertalingen naar een hoger idiomatisch plan te tillen. Zo kunnen de ‘kunstmatig verlengde zin’ uit het Engels en de ‘stapelconstructie’ uit het Frans niet klakkeloos in het Nederlands worden overgenomen. We kunnen, schrijft Claes, onze vertaling verbeteren door zinnen oordeelkundig te splitsen. En dan sluit hij in alle ironie zijn pleidooi voor kortere, niet-gestapelde zinnen af met een vakkundig gestapelde, alleszins leesbare ‘lintwormzin’ waarin hij de toekomstige vertaler van Proust aanbeveelt ‘hier en daar een al te lange volzin doormidden te hakken’ omdat, zo schrijft hij, zulke zinnen onleesbaar zouden zijn voor Nederlandstalige lezers die daar niet mee geconfronteerd wensen te worden.
Daarmee introduceert hij op de valreep een nieuw element, namelijk ‘de wens van de lezer’, in de bespreking. Jammer genoeg diept hij dat niet nader uit. Want is het wel zo’n goed idee om zinnen in te korten louter omdat de lezer geen zin heeft in lange zinnen?

Claes’ overigens behartenswaardige regels en wenken voor (beginnende) vertalers laten vertalingen uit het Duits helaas buiten beschouwing. En juist in een uit het Duits vertaalde roman, Austerlitz van W.G. Sebald, stuitte ik op een buitenproportioneel lange zin die, terwijl hij zich toch over een aantal bladzijden uitstrekt, nergens onleesbaar wordt en in zijn gestapelde en lintwormachtige gedaante volmaakt gestalte geeft aan de totale verbijstering waarmee degene die hem uitspreekt – want het is in de vertellerstekst ingebedde directe rede – worstelt, zonder dat gevoelen overigens expliciet onder woorden te brengen.
Ook op andere plekken in deze roman hanteert Sebald de lange zin, die misschien wel ‘kathedrale zin’ mag heten, als stijlmiddel. In hun lengte, ingewikkeldheid en onophoudelijkheid drukken deze zinnen veel meer uit dan wat er woordelijk staat. Ze maken het de lezer niet makkelijk, maar ze zijn ook niet op te splitsen, hoezeer een hypothetische lezer dat ook zou wensen. Maar misschien moeten we ons aan die lezer niet zoveel gelegen laten liggen.
◊◊◊
P. Claes, Gouden vertaalregels. Tips voor beginnende [en andere] vertalers. 2018.
W.G. Sebald, Austerlitz. 2001. Vert. R. van Hengel, 2003. In de 8e druk (2022) begint de bedoelde zin op p. 264 (‘Daarom lijkt het mij nu onvergeeflijk . . .’ en eindigt op p. 273 (‘. . . destijds op die plek had verbleven.’).
De langste zin waar ik me op dit blog aan bezondigd heb, is de openingszin van ‘Kansel’.
Prenten: Oostende, Spilliaerthuis. 2018. Foto’s © Gertrudsdottir.