Wat Emily deed

2018-6430 moederdagboeket FOTO GERTRUDSDOTTIR

In 1929 schreef William Faulkner een kort verhaal dat hij de galante titel ‘A Rose for Emily’ gaf. Het is een subtiel horrorverhaal met een ontknoping die tegelijk wel en niet voor de hand ligt.

De roos is voor Emily Grierson, een nog net niet tot de bedelstaf vervallen aristocratische belle uit Jefferson, het archetypische, faulkneriaanse, stoffige stadje in het diepe Zuiden van de Verenigde Staten. Zelf komt juffrouw Emily, zoals de verteller haar met de nodige eerbied noemt, alleen in een handvol citaten aan het woord. Naar wat zij zelf vindt van de scènes uit haar leven die in dit verhaal de revue passeren mag de lezer raden.

Enkel de feiten
De verteller, een naamloos lid van de opkomende jongere generatie die (door zijn keus om zichzelf met ‘we’ aan te duiden) namens de hele gemeenschap spreekt, bepaalt zich tot de feiten. Althans, die schijn wordt gewekt – maar de verteller is natuurlijk wel degene die uit Emily’s lange leven bepaalde scènes heeft uitgekozen en die, nog significanter, in een bepaalde volgorde heeft gezet. Zo’n volgorde is nooit neutraal, daar zit toch een bedoeling achter. Niet voor niets is voor de literaire fijnproevers de werkelijke chronologie van juffrouw Emily’s leven ook vandaag nog geen uitgemaakte zaak.

Aan de hand van deze ogenschijnlijk objectieve verteller gaan we van de openingsalinea, over juffrouw Emily’s begrafenis in 1926, naar haar belastingontduiking, die lang is gedoogd maar waarmee de jonge garde in het gemeentebestuur in 1916 eindelijk eens korte metten wil maken. Dat wordt gevolgd door het verhaal over het vieze luchtje dat hun voorgangers dertig jaar eerder tot drastische maatregelen dreef, en dan gaat het van haar weigering, een onduidelijk aantal jaren vóór dat luchtje, om haar dode vader te laten begraven (de suggestie dat juffrouw Emily wellicht knettergek is, hangt steeds nadrukkelijker in de lucht) naar de komst van de luidruchtige carpetbagger uit het Noorden, Homer Barron, en de romantische ritjes van deze yankee en juffrouw Emily in een koetsje, terwijl het stadje om hen heen gonst van de roddel en achterklap, en naar het moment dat ze de apotheek binnenstapt om arsenicum te kopen (een aankoop waarvan, veelzeggend, de dag erna het hele stadje op de hoogte is). Tot besluit is daar, zeker veertig jaar later, juffrouw Emily’s dood op 74-jarige leeftijd, nadat ze zich al jaren niet meer buiten heeft vertoond.

En pas dan, na de begrafenis waar het verhaal mee begint, kan ‘de stad’ eindelijk juffrouw Emily haar geheim ontfutselen – al zou je ook kunnen zeggen dat iedereen in Jefferson het eigenlijk al die tijd al heeft geweten.

Spoiler
Wie het verhaal niet kent, leze het hier. Hierna ga ik ervan uit dat je de afloop kent.

Ja, juffrouw Emily heeft veertig jaar eerder haar would-be bruidegom arsenicum gevoerd. Maar dat is niet het hele verhaal. Deze moord heeft betekenissen die verder reiken dan het horrorverhaal, verder dan een mogelijke, in bedekte termen gesuggereerde necrofilie.

In het fictieve Jefferson County, ergens in het zuiden van de VS, waar Faulkner al zijn verhalen situeert, gaan de mensen die in de stad wonen er voetstoots van uit dat zij het zijn die de wijsheid in pacht hebben. Zij vertegenwoordigen de beschaving, plattelanders zijn achterlijk en dom. En er zijn nog wel meer contrasten die er het leven bepalen: tussen Noord en Zuid, tussen wit en zwart, tussen rijk en arm, tussen behoudzucht en nieuwlichterij, en dat hele palet aan contrasten is bepalend voor hoe de leden van zo’n gemeenschap in het leven staan.

Symbool
Juffrouw Emily is door de literaire kritiek bestempeld tot symbool van de tot armoe vervallen zuidelijke ‘aristocratie’, die weigert met haar tijd mee te gaan. Er zijn critici die vinden dat zij met haar moord alsnog ‘wraak neemt’ op het Noorden, dat in 1865 de Burgeroorlog won. Maar als dat het onderliggende motief is, waarom houdt ze die moord dan geheim? Sterker nog, waarom werkt het stadje daar actief aan mee, door er discreet voor te zorgen dat de lijklucht verdwijnt? Iedereen is het erover eens dat juffrouw Emily waanzinnig is, maar vanuit dezelfde misplaatste hoffelijkheid en discretie grijpt niemand in.

Wie Emily wil zien als de belichaming van het Oude Zuiden, moet ook de rest van het stadje zo zien. De mensen namens wie de verteller spreekt, jong en oud, vertegenwoordigen dezelfde waarden, ook de verteller zelf.

Vuurtorenwachter
Dat erkent de verteller ook, bijvoorbeeld door het huis van juffrouw Emily een ‘misbaksel tussen de misbaksels’ te noemen: haar huis is geen uitzondering. Wel uitzonderlijk is de individuele rol die zijzelf krijgt toegedicht. Haar gezicht, zo lezen we, doet denken aan dat van een vuurtorenwachter – een onverwacht beeld dat te maken heeft met op de uitkijk staan, waarschuwen voor onzichtbare gevaren en een leven in isolement. De vuurtorenwachter leeft afgesneden van de gemeenschap, en ook al schijnt zijn licht, zelf zit hij in het donker.

En ook juffrouw Emily blijft uit de schijnwerpers, terwijl de stad haar achtereenvolgens bestempelt tot ‘oude vrijster’ en ‘gevallen vrouw’ (en als ze arsenicum in huis haalt, denkt iedereen dat ze het zelf gaat gebruiken – het is de enige eervolle uitweg die haar nog rest nu ze haar eer te grabbel heeft gegooid): noblesse oblige, al hoeft dat natuurlijk niet met zoveel woorden gezegd te worden.

Het is diezelfde dwingende publieke opinie, en niet juffrouw Emily zelf, die haar uit het openbare leven verjaagt en er de oorzaak van is dat ze jaren later in eenzaamheid sterft. De roos uit de titel komt niet in het verhaal terug: in Jefferson komt niemand op het idee juffrouw Emily een roos te geven. Faulkners ouderwetse, galante gebaar getuigt van zijn medeleven met een vrouw die gevangenzit in haar leven en in haar omstandigheden. Emily Grierson heeft nooit de kans gehad om gelukkig te zijn, om vrouw te zijn; haar leven was een keurslijf van conventies, waarin heerszuchtige mannen de dienst uitmaakten.

Een motief voor de moord
Juffrouw Emily doorbreekt die conventies door een moord te plegen. Maar wat is precies haar motief? De verteller reikt ons tussen de regels door een motief aan: Homer Barron zou een fortuinzoeker zijn geweest die op de naam Grierson afkwam, en zich weer uit de voeten wilde maken toen duidelijk was dat die naam geen geld meer vertegenwoordigde. Dit is de versie die het stadje graag wil geloven. Toch klopt er iets niet: Emily kocht in dit geval haar vergif te vroeg, niet toen Barron haar ‘liet zitten’ maar toen de nichten nog bij haar logeerden. Emily trof toen voorbereidingen voor de bruiloft terwijl ze wist dat er helemaal geen bruiloft zou komen: die voorbereidingen waren nodig om de nichten het huis uit te krijgen en zonder pottenkijkers haar zogenaamde bruidegom te kunnen vergiftigen.

Emily wilde helemaal niet met Homer Barron trouwen. Ze was ook niet het type dat alsnog trouwt om te redden wat er nog te redden valt. Bij Emily was het alles of niets, dat had ze van haar vader. Dat ze door Barrons toedoen ‘een gevallen vrouw’ was geworden, weten we alleen op gezag van de roddelaars in het stadje.

Homer Barron ‘trok graag op met mannen’, zegt de verteller langs z’n neus weg. Was deze vlotte ploegbaas behalve een yank wellicht ook homoseksueel? Dat zou nog eens extra benadrukken hoe verdorven die noorderlingen waren. Wat de man dan bij Emily zocht? Aanzien, vermoed ik, en een sociale dekmantel: zondags een ritje in dat rijtuigje, om de stad iets te roddelen te geven, en de rest van de week vrij man in de Elks Club.

Juffrouw Emily had hem niet alleen door, ze was hem ook nog eens voor.

 

◊◊◊

William Faulkner, A Rose for Emily. 1929. Vert. L. van Campenhout, 1993.
Lees de Nederlandse vertaling hier.
Prent: Breda, 2018. Foto © Gertrudsdottir.