Het geestelijk onbehagen

 

25 - Pimlico 1982-61-18

De mens vindt de last die hij moet dragen altijd terug.
– Albert Camus

Aan de basis van alle weten ligt het besef van de eigen onwetendheid.
Albert Camus wist dat niet alleen, hij schreef er een heel oeuvre over. In De mythe van Sisyfus, dat hij ‘een zuivere beschrijving van een geestelijk onbehagen’ noemt, las ik verrast dat hij mijn obsessieve twijfel aan van alles en nog wat deelde. Maar terwijl die twijfel bij mij alles vermolmde en me uiteindelijk verlamde, had Camus haar omgesmeed tot een vruchtbare, constructieve levenshouding. Ik leverde me dan ook met huid en haar over aan zijn absurdistische visie. Dat aha-moment kan me nu nog verbazen, en ik zou ook niet meer weten wat me er destijds toe bracht Sisyfus te lezen, maar dat het een keerpunt was lijdt, o ironie, geen twijfel.

Al is wat Camus schrijft geen simpele kost, althans niet voor mij. Dat ligt niet aan zijn stijl, die is sober en kristalhelder. Het is de materie waarover hij schrijft die me telkens ontglipt. Op gezette tijden begin ik daarom weer van voor af aan. Sisyfus, De pest, De gelukkige dood, noem maar op. Zo bekeken is voor mij de last uit het citaat hierboven een terugkerende oefening in geduld gebleken, in het besef dat in deze teksten, als ik ze op het goede moment opensla, de lichtpunten zijn te vinden die ik nodig heb

25 - Brompton 1982-67-22

Kanttekening. Wie net als ik Camus in vertaling leest, leest hem door de ogen van zijn vertaler. Elke zoveel jaar ligt er een nieuwe vertaling, en onvermijdelijk klinkt Camus dan ineens anders. Kijk maar mee naar een van de sleutelpassages uit De pest, uit 1992 en uit 1963:

De mens is eerder goed dan slecht en in de praktijk ligt daar niet het probleem. Maar hij is meer of minder onwetend, en dat is wat men deugd of ondeugd noemt, waarbij de meest wanhopig makende ondeugd de onwetendheid is die alles meent te weten en zich dan het recht toe-eigent om te doden.

De mensen zijn eerder goed dan slecht. Maar zij zijn min of meer onkundig, en dat noemt men dan kwaad of goed, en de fataalste ondeugd is die der onwetendheid, die meent alles te weten en zichzelf daarom het recht toekent tot doden.

Het is een gekke gedachte dat Camus-lezers in het Nederlandse taalgebied kunnen kiezen tussen een (tijdelijk) ‘eigentijdse’ Camus en een door de uitgever tot ‘over de datum’ verklaarde Camus, terwijl de Fransen alleen de echte Camus hebben.

◊◊◊

Albert Camus, Le mythe de Sisyphe (1942) en La peste (1947).
De mythe van Sisyfus, 1942. Vert. A. van der Niet (1975)
De pest, 1947. Vert. J.P. van der Sterre (1992), W. Corsari (1963).

Prent 1: Belgravia, 1982. Foto © Gertrudsdottir.
Prent 2: Brompton Cemetery, 1982. Foto © Gertrudsdottir.